Man !
Man ! wat kan ik toch zwart zijn soms.
Man ! wat kan ik toch zwart zijn soms.
Allicht was dit iets te rechtstreeks. Ongetwijfeld was dit toch niet echt volledig mijn ding. Dit ge-"beste publiek", en dan het verplicht interessante betoog, mijn verplicht interessant gevoelsleven, mijn verplicht intrigerend gedachtegoed.
Wel fuck it all.
Zwarte boekjes weten goed genoeg dat ik het beste schrijf per ongeluk.
Woorden morsen op treinticketten – o ja ! nog steeds ! – frommeltjes, scheursels en moleskinetjes. Per ongeluk.
Een stortvloed kotsen op ons nieuwe tapijt, omdat het er nu eenmaal uitmoest. Per ongeluk.
En het dan vergeten. Het jou nooitnooitnooit laten lezen. Sommige dingen moeten niet gelezen worden. Nu nog niet, tenminste. Binnen kort of lang zet ik ze wel ergens. Wanneer de woorden er niet meer toe doen. Wanneer ze niet meer kwetsen. Wanneer ze geen stabiele torens meer doen wankelen.
Geduld.
Geduld.
Geduld.
Al de rest is niet belangrijk.
Het is een handicap zoals een ander: alleen maar kunnen bloggen wanneer ik mij niet helemaal in de haak voel. Zeg maar: volledig los van de haak. Haak ? Welke haak ? – dxe1t gevoel. Alles in vraag stellen. (Alles in vraag stellen?).
Men doet het natuurlijk om mij te pesten, mij even terug aan de kapstok hangen bij sociale controle. Hang ik daar, kan ik moeilijk vragen om mij op te hangen natuurlijk. Pas op, er is over nagedacht. Allicht is er over nagedacht. Allicht wil men dat ik het zelf oplos, en daarom word ik plots tien jaar jonger als iedereen weg is, en in volle puberteit wil men dan ‘dat ik het zelf oplos’. Moeha !
‘t is niet dat ik niet kxe1n.
ik wil niet. alleen.
ik wil al mijn tranen in uw ogen smijten, zxf3nder schrik te moeten hebben alweer voor zwak te worden versleten.
ik wil dat ge zegt: ‘t is nikske
blijt ma ne keer goe
waar zijt ge van gevallen zegt ge ?
nen haak ?
wat is da ?
Op feestjes zijn zij perfect. Born to please you. Nederig of entertainend, luid aanwezig of glimlachend aan de zijlijn. Er wordt gegroet, gekust, geflirt, met de glimlach, en dat voor maar zeuven euro vijvenzeuventig !
En dan zijn zij alleen.
En dan verlangt zij naar iets waar hij niet aan denkt.
En dan verlangt hij naar iets waar zij niet aan denkt.
Zij voelen, maar durven niet te schreeuwen.
Zij zijn, maar durven niet te delen.
Het zijn die momenten waarop ik afdwaal in mijn kelders, zonder zaklamp.
Mijn abstracte ik laat de zekeringen springen.
Geen weg terug naar de bewoonde wereld.
De bewoonde wereld waar het eigenlijk normaal is
als je af en toe of op den duur naast mekaar leeft.
Waar mensen niet altijd geweldige gesprekken voeren bij kaars- en wijnavonden.
De diepte wordt niet meer geraakt en
het oppervlakkig zwemmen doet ons goed.
En dat is wat ik moet leren.
Gewoon schoolslag met het hoofd boven water.
"ik lijd niet, vriend
ik voel alleen een bepaalde moeilijkheid om te bestaan"
Ongetwijfeld mag ik mij er niet op focussen. Gaat alles zoals altijd wel vanzelf over. Maar hoe doe je dat, niet meer denken ?
Daar denk ik dus de godganse dag aan he !
Dat was het dan.
Vier jaar Brussel in de diepvries.
Nooit meer op dat kot, die strontconcixebrge, de louche groothandels, dat uitzicht, naakt naar de ondergaande zon kijken. Jamais non plus.
Begint het nu al, de melancholie ?
Of kan dat niet, moet ik nog eens vier jaar, ergens, alvorens ik xe9cht met tranen in de ogen terug zal kijken ?
En altijd opnieuw worden we volwassen.
En altijd nieuwe prikkels, draden
waar we over moeten, steeplechase.
En hopen dat we niet vallen,
niet door de mand vallen,
zo zonder training.
Zwem dan.
Allxe9 hup.
Nooit bang zijn van het water.
Moordenaars in mij
De niet te stillen moordenaars in mij
De krengen die jouw kankerzaaiers zijn
De beulen die jouw bloed slaan op het plein
Het lachen van de koning
Het dalen van de duim
Het kicken op het schreeuwen
Het wit verstikkend schuim
Het zwijgen van getuigen
Het grijnzen om het leed
Het zweepaanbiddend buigen
Het zoute martelzweet
Moordenaars in mij
De niet te stillen moordenaars in mij
De krengen die jouw kankerzaaiers zijn
De beulen die jouw bloed slaan op het plein
Ik sla je tot je voelt wat voor een pijn
Moordenaars in mij
ik voel het leven uit mij wegglijden
ik klamp mij vast aan het water maar
mijn vingers zijn een zeef
geen vat, enkel gaten
men is er voor mij maar
ik verdwaal in mijn woorden op weg
naar de hulpposten
Eloi, Eloi Lama Sabachthani ?
Hoe men van ons afhankelijke wezens maakt. Hoe men ons dwingt niet meer zonder te kunnen. En het ons vervolgens kwalijk neemt. Herwin je vrijheid. Koop nieuwe ketens.
Niets moet, behalve dat. Zoiets is het. Natuurlijk hebt u nog de keuze. Afhankelijkheid of sociale uitsluiting. Een lief, of een moehahahahappy single.
En wat als er vannacht iets gebeurt ? Tja, dan is het zoals tien jaar geleden, zeker ? Vijf uren langer onbezorgd slapen en dan de flikken aan je deur, ofzoiets. Alsof dat de pijn erger zou maken. Komaan.
Ik ben koppig in mijn koppig zijn. Mijn principes worden met de hoofdletter uitgevoerd. En als ik er niet meer naar handel, dan zal ik veranderd zijn, met nieuwe principes die alle voorgaande overmeesteren. Verjaard, herboren en waar als nooit tevoren. En ik zal de jouwe respecteren als jij dat met de mijne doet.
Teleurstelling. Dat ik niet denk zoals jij. Dat ik niet even afhankelijk ben van mijn gsm als van mijn sigaretten. Wij zijn allemaal slaaf van onze principes, onze opvoeding. Wij denken wat goed is maken daar een x91wetenx92 van. Wij zijn lang niet zo empatisch als wij denken. Wij kunnen niet in de ander springen, even rondsnuffelen en x91ah jax92 zeggen. Hij had ook gelijk. En hij ook. Wij allemaal eigenlijk. Wij hadden allemaal gelijk volgens onze eigen denkbeelden. Nee, dat kunnen wij niet. Daar zijn wij te x91zelfx92 voor. Te koppig in ons x91onszelfx92 zijn. Zo hebben wij dat geleerd, meneer, en durf niet te zeggen dat het niet juist is, want dan stort alles in.
En dat weet ik ook wel. Dan stort alles in. Alles wat wij ooit voor juist aannamen blijkt een zeepbel te zijn. Iedereen die ons dat vertelde een leugenaar. Face it baby. Wex92re all liars.
ik moet het kwijt
ik moet het kotsen tot ik huil
en ik kan niet
ik mag niet
nog niet
of zoiets
wat dat ook moge betekenen
machteloos in een strijd die niet eens de mijne is.
toekijken vanop de eerste rij.
Jeuj.